Arnulf Rainer

BADEN (AU), 1929, Toen Arnulf Rainer in 1949 naar de Kunstacademie in Wenen ging, hield hij het daar maar drie dagen vol. Ik ben geen verfijnd kunstenaar, heeft hij eens gezegd, ik ben een wilde. Rainer is een kunstenaar die op een volstrekt non-conformistische wijze zijn kunstenaarschap gevestigd heeft.

Aanvankelijk werd hij gegrepen door het surrealisme, met name door de prominente rol die dromen en het onderbewuste innemen in deze stroming, maar toen deze richting in zijn ogen te gekunsteld en de écriture automatique te vrijblijvend werd, distantieerde hij zich van het Surrealisme. In de jaren vijftig ontstaan zijn eerste Übermalungen, ‘overschilderingen’, schilderijen waarin hij over zijn eigen werken, regelmatig zelfportretten, of over reproducties van grote meesters heen schildert. Door de destructie intensiveert hij het voormalige beeld, dat meestal voor een deel nog te zien blijft. In de jaren zestig legt Rainer, in zekere zin in navolging van Jean Dubuffet, een verzameling werken aan van mensen met een psychiatrische aandoening. Deze collectie Outsider Art , ook wel Art Brut genoemd, bestudeert hij en geeft er lezingen over op medische congressen. Ook experimenteert hij met alcohol en drugs om zichzelf in een staat van waanzin te brengen, waaruit verschillende werken ontstaan. Eind jaren 60 ontstaan zijn de eerste Face Farces, zwart-wit foto’s van hemzelf waarin hij vreemde grimassen trekt en verwrongen houdingen aanneemt, die hij met scherpe lijnen en contouren aandikt en overschildert. De dood speelt een grote rol in het werk van Arnulf Rainer; hij portretteerde zich regelmatig als dode en vanaf 1977 ontstaan zijn Totenübermalungen, tekeningen en overschilderingen van gefotografeerde dodenmaskers van historische figuren. Ook in zijn reeksen kruisigingen, overschilderingen van bloedbaden en van engelen, en in schilderijen in de vorm van een kruis, spreekt zijn fascinatie voor dood en religie. Zijn katholieke achtergrond, waarin loutering en opstanding ná het lijden kerngegevens zijn, kan gekoppeld worden aan zijn adagium dat de kunstenaar een ‘gelovige’ is die pas kan scheppen na te hebben vernietigd. Rainers werk is al vanaf begin jaren 70 op grote manifestaties zoals de Documenta in Kassel ten toon gesteld.

Zonder titel
2002 - 2003
gemengde techniek op laserprint
59,2 x 41,7 cm
€ 16.000
hide

Initially, he was captivated by surrealism, particularly by the prominent role of dreams and the subconscious in this artistic movement. However, when the movement became too artificial and the écriture automatique became too noncommittal, he distanced himself from surrealism.

In the fifties he created his first Übermalungen or ‘overpaintings’, i.e. paintings over which he painted his own work, regularly self-portraits, or over reproductions of masters. The destruction intensifies the previous image, which tends to remain partly visible. In the sixties, following Jean Dubuffet in a sense, Rainer builds a collection of works made by people suffering from a psychiatric disorder. He studies this Outsider Art collection, also called Art Brut, and lectures on it at medical conferences. He also experiments with alcohol and drugs to bring himself into a state of insanity, creating various works. In the late sixties he created his first Face Farces, black-and-white photos of himself in which he makes weird faces and assumes twisted positions, which he piles on and paints over with sharp lines and contours.

Death plays an important part in Arnulf Rainer’s work; he regularly portrayed himself as a dead man and started making Totenübermalungen from 1977 onwards, i.e. drawings and overpaintings of photographed death masks of historical figures. His fascination for death and religion is also manifested in his series of crucifixions, overpaintings of bloodbaths and angels, and in paintings in the form of a cross. His catholic background, with catharsis and resurrection after suffering as key themes, can be linked to his adage that the artist is a ‘believer’ who can only create after having destroyed.

Since the early seventies, Rainer’s work has been exhibited at major events such as Documenta in Kassel.