Alexandra Phillips

Een ‘day in court’ met Alexandra Phillips

Het is de veelvormigheid die als eerste in het oog springt: Alexandra Phillips (1988, Purchase, New York) lijkt te werken met wat haar pad maar kruist, met materialen en objecten die schijnbaar weinig met elkaar van doen hebben, soms uit het areaal van de kunsten, soms ook van de straat – letterlijk.

En zo gaat gips, studiemateriaal bij uitstek van de klassieke beeldhouwer, met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid een relatie aan met piepschuim en karton, verpakkingsmateriaal, oude keramische tegels of schuimrubber. Het is een veelvormigheid die maakt dat Phillips traditionele categorieën als beeldhouw- en schilderkunst, assemblage en installatie weet op te rekken en voorziet van een nieuwe betekenis. ‘There are delicate things that look strong. Light things that appear heavy. Dense seeming things that easily crumble, some things that seem water tight but leak’, schrijft Phillips voorjaar 2016 over haar fascinatie voor de onverwachte eigenschappen van materialen, spullen en dingen. Bij Phillips is maar weinig wat het lijkt te zijn, krijg je altijd meer than you bargained for, meer dan je als kijker had kunnen verwachten.


    De jaren zestig betekenden de definitieve doorbraak van niet-artistieke materialen en middelen tot het domein van de beeldende kunst. Met het einde van het klassieke medium, een ontwikkeling die met het aanbreken van de twintigste eeuw werd ingezet, vielen het academische kunstwerk en zijn maker van hun voetstuk. Het betekende ‘het einde van hang- en stakunst’, zo werd ook wel geoordeeld, de onttroning van de kunstenaar als ‘pictor doctus’, als verlicht genie wiens werk diende te beantwoorden aan de uit de retorica stammende begripscategorieën als inventie, expressie en decorum. Het leidde ook tot nieuwe uitdrukkingsvormen die niet langer eenduidig te identificeren – en te beoordelen – waren als beeldhouw- en schilderkunst, uitdrukkingsvormen die ook nog maar weinig van doen hadden met conventionele opvattingen van esthetiek, duurzaamheid en ambachtelijkheid. Marcel Duchamp (1887-1968) en Kurt Schwitters (1887-1948) waren vroege aanstichters van deze epistemologische veenbrand, al tijdens het tweede decennium van de twintigste eeuw. Het waren hun werken – de readymades, het op zijn kant geplaatste urinoir, het op een houten kruk gemonteerde fietswiel, en de MERZ-collages – die dwingender dan tevoren bevroegen wát kunst is, wát iets tot kunst maakt, en vooral ook hoe we dat zo zeker kunnen weten. ‘I didn’t understand why’, schrijft Schwitters terugblikkend in 1928, ‘(…) in the same way one might use manufactured paints, one might not use old tram tickets, rotting pieces of wood, cloakroam tickets, pieces of string, (…) in other words all the old bric-a-brac lying around in cupboards and on garbage heaps. It was, in a certain way, a social point of view, and, on an artistic level, a personal pleasure, especially in the final analysis.’ Het twintigste-eeuwse kunstwerk zette de kijker er steeds vaker toe aan stil te staan bij de complexe samenhang – en het veranderlijke karakter – van esthetische waarde, gebruikswaarde en ruilwaarde. Dat gold voor de readymade, maar evengoed voor eerdergenoemde kunstvreemde middelen en materialen, voor de assemblage, collage en constructed sculpture.


En juist daar, waar dergelijke waardes op losse schroeven staan, voelt ook Alexandra Phillips zich thuis – al is de anekdotische geladenheid van Schwitters’ MERZ niet de hare, is Duchamps readymade – de mentale daad van ‘kiezen’ ter vervanging van ‘maken’ – niet het ‘kant-en-klare’ waar zij voor warm loopt. Voor Phillips schuilt de spanning in de glamour van het doodgewone of weggegooide – of juist in hoe cheap het kostbare kan zijn; esthetiek en waarde blijven vloeibare begrippen, zo blijkt. In de Engelse taal bestaat een fijnzinnig onderscheid tussen de begrippen garbage en trash, met enige goede wil naar het Nederlands te vertalen als ‘vuilnis’ en ‘afval’. In de restproducten van onze levens, in dit ‘afval’ ziet Phillips potentie, in wat aan het eind van de rit overblijft en achteloos terzijde geschoven wordt, wanneer we hebben genoten, geliefd en gebruikt. Phillips laat zien dat de waardeverschillen tussen het begeerde in de etalage en het afgewezene in de goot minder vastomlijnd zijn dan zo op het eerste oog lijkt – net zoals ‘het breekbare er zo sterk uit kan zien, het schijnbaar lichte zo zwaar van gewicht kan blijken te zijn’.
Alexandra Phillips is een wandelaar. Waar ze ook werkt, thuis in Brooklyn, New York, in Berlijn, Athene of Antwerpen, gaat ze de straat op met een lege rugzak en worden kilometers gemaakt. Waar ze naar zoekt is vooraf niet altijd duidelijk. Al vraagt Phillips zich in een eigen tekst van 2014 af of ze de dingen op haar pad wel ‘vindt’, of het niet eerder een vorm van ‘verwerven’ is. Omdat in het woord ‘verwerven’ besloten ligt dat de bijdrage van de kunstenaar, het eigenlijke handwerk, soms zeer beperkt kan zijn, haar materialen en objecten hadden immers al een eigen bestaan. En ‘verwerven’ is toch ook minder vrijblijvend dan ‘vinden’, want uiteindelijk is er amper sprake van willekeur. Bij aanvang van een project, zoals met de start van haar artist in residence in Antwerpen, lijkt alles interessant, wordt vooral véél mee terug naar het atelier genomen. En toch worden gaandeweg, wanneer een werk groeit, de criteria aangescherpt, blijkt wat overbodig is of juist gewenst. ‘Making art is a problem solving process’, aldus Phillips, het werk ontstaat gaandeweg, onder haar handen, en vaak is menselijk handelen – de etalage, de straat en de afvalbak – daarbij een belangrijke bron van informatie. De directe omgeving voedt haar; wat er gebeurt, wat er wordt gemaakt en door wie, wat er wordt gebruikt en door wie. Want wanneer er mensen in het spel zijn, gaat er maar weinig zoals gepland, dan is er sprake van een geheel eigen dynamiek, zo meent Phillips. Designers en planners kunnen nog zoveel willen, maar uiteindelijk bepalen de gebruikers dat een chique boulevard ook een aftandse koopstraat kan zijn, dat we klapperende ramen ook kunnen vastzetten met een kussen, een wiebelend kastje in het gareel kunnen krijgen met een bierviltje, een lat of een boek. Het is deze visuele informatie waarmee Phillips werkt, met de onverwachte potentieel van spullen en dingen, met wat misschien ‘potentie-loos’ lijkt, maar onbedoeld een nieuwe functionaliteit en aantrekkelijkheid verwerft.
En deze ambiguïteit, het schaduwleven der dingen, verklaart ook Alexandra Phillips’ gulzigheid, haar belangstelling voor al die materialen, verschijnselen en objecten die zo weinig met elkaar van doen lijken te hebben, voor ‘the craters of the moon, (…) the holes in my shoes, the chip in your tooth, (…) the rip in my favorite sheets.’ Is het ‘damage’ of ‘character’ vraagt Phillips zich in een kunstenaarstekst van 2016 af. Soms het ene. Dan weer het andere. En soms ook beide tegelijk. Want Phillips’ belangstelling voor de wereld is eindeloos maar vooral ook onbevooroordeeld. Phillips is geen milieuactivist, geen cultuurpessimist, haar werk stelt geen kritische vragen bij de consumptie-getijdenstroom die ons dagelijks leven doortrekt, de oneindige repetitie van maken-gebruiken-weggooien, maken-gebruiken-weggooien. Al is deze kunstmatige cyclus van ‘leven en dood’ juist wat Phillips aan het werk houdt, de behoefte van mensen om de boel steeds maar weer vol te pakken – en weer leeg te ruimen, wanneer dingen van nodig naar overbodig gaan en in de marge van straat en vuilnisbak een nieuw bestaan krijgen. Het is als het deftige behang dat met zoveel zorg en liefde aan de wand werd geplakt en tientallen jaren later in het verlaten huis, nu afgebladderd, zo’n prachtig spoor van lijmresten op de kale muren achterlaat. Dan is er voor Alexandra Phillips sprake van full circle. Daarom ook beschouwt ze zichzelf, enigszins tongue in cheek, als een ‘cultureel werker’. Omdat ze zich openstelt voor haar omgeving, met haar werk de sporen van gebruik, van functie en ‘disfunctie’ observeert en vastlegt; omdat ze door haar objecten en materialen greep krijgt op verandering, op het verstrijken van de tijd – want ‘(…) the artist is not supposed to give tomatoes, the artist is not supposed to just give hugs’. (…) And you can’t just say “I’m an Artist”.’


Het is deze voorliefde voor materialen – veel meer dan de belangstelling voor wát het is – die maakt dat Phillips’ werk los staat van vertelling en anekdotiek. Want Phillips is vooral geen maker van tableaux: ‘I’m not an image maker, illusion is not my thing.’ De gedachte aan de mensen die ooit begeerte voelden bij wat nu als afgedankt door haar handen gaat ís er – de verwondering, soms met een scheutje melancholie – maar keert nooit terug in het werk. Uiteindelijk dient haar kunst toch concreet te zijn, niets anders voor te stellen dan wat het ís. Phillips werkt met de eigenschappen van haar materialen, maar ‘transformeert’ deze niet. Het zijn de eigenschappen die zo vaak over het hoofd worden gezien, juist omdat ze een zekere mate van toevalligheid kunnen bezitten, omdat het onbedoelde eigenschappen zijn. Zoals hard karton zacht wordt wanneer het veroudert, kleurecht plastic verbleekt, vormvast polystyreen uiteindelijk toch verbrokkelt. Alexandra Phillips geeft juist dat veronachtzaamde een tweede kans, ze herneemt het incourante. Want alles verdient een ‘a day in court’, zoals ze dat graag uitdrukt. De kaarten zijn opnieuw geschud, het is ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’, voor het functionele én functieloze, voor het onopgemerkte, versletene en afgedankte, voor dat wat door het verstrijken van de tijd een nieuwe betekenis, waarde en esthetiek verworven heeft.

Antoon Melissen, juni 2016

Out
2016
plaster mono casts
dimensions vary
€ 100,- per stuk
show
End of the line
2016
paper, cardboard
75 x 70 cm
€ 650,-
show
Out combined
2016
plaster mono
8 x 8 x 10 cm
€ 450,
show
Highlights
2016
Metal, foam, contact paper
40 x 18 cm
€ 750,
show
Lunch by the River
2016
metal, foam, died paint
19 x 19 x 16 cm
€ 750,-
show
Sizes
2016
cloth, cardboard, foam, cement
58 x 49 cm
€ 1.500,-
show
Openfire
2016
foam, cardboard, plastic, joint compoint
58 x 49 cm
€ 1.500,-
show
R.J.R.
2016
vent, foam, dried paint cardboard
114 x 64 x 55 cm
€ 1.850,-
show
Smile and wave
2016
foam, tile, hardware, plaster
178 x 62 x 20 cm
€ 2.300,-
show
Wave and Smile
2016
foam, tile, hardware, plaster
175 x 62 x 20 cm
€ 2.300,-
show
Tread
2016
plaster, foam, tape, cardboard, plastic
247 x 60 x 8 cm
€ 1.950,-
show
Sun Wah Lucky star
2016
bag fragment
1/7 variation
40 x 30 cm
€ 350,-
show
'Y' all want to play with sidewalk chalk?
chalk on paper 2016
150 x 110 cm
€ 750,-
show
Pixy Broadway
2016
plastic pitchers
29 x 18 cm
€ 550,-
show
Rock Quarry
2016
concrete, foam
23 x 12 x 9 cm
€ 550,-
show
A long While
2016
wallpaper, cardboard, foam
140 x 60 cm
€ 750,-
show
Woodbridge
2016
plaster, glass bricks, cardboard
100 x 21 x 21 cm
€ 1.300,-
show
Last Straw
2016
paper, cardboard
75 x 70 cm
€ 650,-
show